Laatst gewijzigd: Maandag 29 september 2008
Via Vlarem I wordt opgelegd wie een milieuvergunning moet aanvragen en zal bepaald worden welke 'klasse-inrichting' de vergistingsinstallatie zal zijn. Naargelang de hinderlijke activiteiten die op de vergistingsinstallatie voorkomen zullen bepaalde sectorale voorwaarden uit Vlarem II moeten gerespecteerd worden. Momenteel is Vlarem onderhevig aan een technische actualisatie. Voorlopig is onderstaande informatie nog correct. Wij houden u op de hoogte wanneer wijzigingen zullen optreden. Meer info over de actualisatietrein vindt u hier .
Vlarem IVóór de staatshervorming moesten inrichtingen die hinder konden veroorzaken aan omwonenden, de directe omgeving en het milieu, over een heel gamma aan vergunningen beschikken. Naast de bouwvergunning waren meestal nog een exploitatievergunning, een lozingsvergunning, een vergunning voor het oppompen van water en nog eventuele andere vergunningen nodig. Met de komst van Vlarem I, het Vlaams reglement op de Milieuvergunningen, werd de exploitatievergunning samen met enkele andere milieugebonden vergunningen geïntegreerd tot 1 vergunning: de milieuvergunning. Vlarem I legt vast waarvoor een vergunning vereist is, wie ze moet aanvragen en tot welke overheid men zich dient te richten. Vlarem I bepaalt eveneens hoe de procedure verloopt.
|
| Hinderlijke inrichting of activiteit |
Rubriek bijlage 1 |
Klasse |
Coördinator |
Audit |
Jaarverslag |
| Vergisting met of zonder methaanwinning van GFT |
2.2.3. b) 3° |
1 |
B |
E |
- |
| Compostering of vergisting, met of zonder methaanwinning van andere niet gevaarlijke afvalstoffen |
2.2.3. c) |
1 |
B |
E |
J |
| Andere biologische behandeling van niet-gevaarlijke afvalstoffen |
2.2.3 d) |
1 |
B |
E |
J |
| Opslag en bewerking van categorie 3-materiaal |
2.2.4 a) |
|
|
|
|
| Opslag en verwerking categorie 3-materiaal |
2.2.4 b) |
1 |
B |
P |
- |
| Opslag en be- of verwerking van categorie 2-materiaal |
2.2.4 c) |
1 |
A |
P |
J |
| Opslag en be- of verwerking van categorie 1-materiaal |
2.2.4 d) |
1 |
A |
P |
J |
Mestbewerking of - verwerking |
|
|
|
|
|
2 ton t.e.m. 1000 ton mest |
28.3 a) |
2 |
- |
- |
- |
meer dan 1000 ton mest |
28.3 b) |
1 |
- |
- |
- |
meer dan 25000 ton mest |
28.3 c) |
1 |
B |
P |
J |
Sinds kort is er een vereenvoudigde vergunningsprocedure voor kleinschalige mestverwerking gehecht aan 1 veehouderij. Bedrijfsgebonden* mestvergistingsinstallaties kunnen voortaan vergund worden bij de stallen (rubriek 9). In welke rubriek men de installatie dan moet onderbrengen en onder welke klasse en voorwaarden men valt hangt in dit geval af van:
Er kan gesteld worden dat een vergistingsinstallatie
doorgaans een klasse 1-inrichting zal zijn,
een milieucoördinator B zal moeten hebben,
een éénmalige (E) of periodieke
(P) milieuaudit zal moeten ondergaan en in sommige
gevallen een milieujaarverslag (J) zal moeten
voorleggen. Behalve wanneer het gaat om een
bedrijfsgebonden installatie, dan kan men de
installatie eventueel vergunnen bij de stallen
(rubriek 9).
Instanties die meestal advies moeten geven bij
een vergistingsinstallatie klasse 1 zijn: Afdeling
Preventie van de Administratie Gezondheidszorg,
VLM & OVAM.
De milieuvergunning voor de klasse I-inrichting
wordt aangevraagd bij de Bestendige Deputatie
van de provincie, een klasse 2-aanvraag bij
het College van Burgemeester en Schepenen.
*Bedrijfsgebonden: zonder
bijmenging van afval of met bijmenging van groenafval
afkomstig van de eigen inrichting en de bij
de inrichting horende gronden.
[top] |
Vlarem II bevat o.a. de milieukwaliteitsnormen waarop de overheid haar vergunningenbeleid moet afstemmen, algemene en sectorale milieuvoorwaarden waaraan vergunnings- of meldingsplichtige bedrijven moeten voldoen en milieuvoorwaarden voor niet in Vlarem I opgenomen inrichtingen en activiteiten.
Men onderscheidt in Vlarem II drie soorten milieuvoorwaarden:
Algemene milieuvoorwaarden:
van toepassing op alle hinderlijke inrichtingen,
vertolken een algemeen zorgvuldigheidsprincipe
en hebben een vangnetfunctie.
Sectorale milieuvoorwaarden:
specifieke voorschriften van toepassing op welbepaalde
hinderlijke inrichtingen, deze primeren op de
algemene milieuvoorwaarden.
Bijzondere milieuvergunningsvoorwaarden:
kunnen specifiek voor een welbepaalde
exploitatieplaats opgelegd worden en hebben
voorrang op algemene en sectorale voorwaarden.
Vergistingsinstallaties moeten sowieso voldoen aan de algemene milieuvoorwaarden van deel 4 van Vlarem II. Om te weten aan welke sectorale voorwaarden men moet voldoen moet vertrokken worden van de hinderlijke inrichtingen uit bijlage 1 van Vlarem I die op het bedrijf aanwezig zijn. De rubrieknummering uit bijlage 1 van Vlarem 1 wordt ook gevolgd in deel 5 van Vlarem II.
Bijvoorbeeld: wanneer op de installatie de hinderlijke activiteiten van rubriek 2 en rubriek 28 aanwezig zijn dan moet aan de sectorale voorwaarden van hoofdstukken 5.2 en 5.28 van Vlarem II voldaan worden.
Voor wie zoekt naar boeiende avondlectuur is een volledige versie van Vlarem I en II met alle bijlagen terug te vinden via de rubriek milieuvergunning van de navigator milieuwetgeving.
Onder de rubriek 'wetgeving
van de emis-site' is ook een zeer interessant
document terug te vinden: 'Vlarem I en II in
een notendop', een brochure van de stichting
leefmilieu.
[top] |