Laatst gewijzigd: Woensdag 27 juni 2007
Vooreerst is de Europese Verordening belangrijk wanneer het gaat om export binnen de EU van dierlijke bijproducten geschikt voor menselijke consumptie, maar daar niet voor bestemd om bepaalde redenen . Wanneer mest mee vergist wordt, moet het eindproduct zeker aan de voorwaarden uit de verordening voldoen. Verder moet elke meststof-bodemverbeteraar die in België gebruikt wordt opgenomen zijn in een lijst van het KB van 7 januari 1998. Indien dit niet zo is moet een ontheffing aangevraagd worden bij het FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu. Digestaat is niet opgenomen in die lijst, dus moet ook een ontheffing aangevraagd worden om het eindproduct van de vergisting te mogen gebruiken in de landbouw. Voor de eindproducten na vergisting van categorie 2 materiaal heeft het FOD beslist dat die slechts mogen gebruikt worden als bodemverbeteraar, niet als meststof. Mest, inhoud van het maagdarmkanaal gescheiden van het maagdarmkanaal, melk en biest vormen daarop een uitzondering.
In het nieuwe VLAREA werd digestaat opgenomen in de lijst van de secundaire grondstoffen. Om als secundaire grondstoffen in aanmerking te komen dient men voor het digestaat te beschikken over een keuringsattest door de vzw VLACO of moet het digestaat onderworpen zijn aan een gelijkaardige kwaliteitscontrole. Indien men het digestaat dus wil gebruiken op Vlaamse landbouwgrond dient men zowel een ontheffing aan te vragen bij de FOD, als een keuringsattest bij (voorlopig enkel?) VLACO vzw. Ook het mestdecreet heeft zijn impact op vergisting en vooral dan op gebruik van eindproducten. Wanneer verwerkingsplichtige mest mee verwerkt wordt in de vergisting dan moet op zijn minst een aandeel van het eindproduct geëxporteerd worden buiten Vlaanderen aangezien de definitie van mestverwerking uit het mestdecreet stelt dat de nutriënten niet meer op Vlaamse grond kunnen afgezet worden. Verder gelden ook nog bepaalde specifieke voorwaarden wanneer export naar Wallonië of Frankrijk overwogen wordt. Europese Verordening (EG) nr. 1774/2002
|
| [top] |
|
Dit besluit is van toepassing op het verhandelen
en het gebruik van meststoffen, bodemverbeterende
middelen, teeltsubstraten, zuiveringsslib, alsmede
op elk product waaraan een specifieke werking
ter bevordering van de plantaardige productie
wordt toegeschreven. Het besluit is met andere
woorden van toepassing wanneer men eindproducten
van vergisting wil verhandelen als bodemverbeterend
middel. Het KB is niet
van toepassing in geval van "gebruik op
eigen gronden".
Bij het besluit hoort een tabel waarin de toegelaten producten voorkomen. Wanneer het eindproduct van de vergistingsinstallatie niet voorkomt in deze tabel, dan mag het niet verhandeld worden in België. Wel is er een procedure voorzien om producten die niet in de tabel voorkomen alsnog te kunnen verhandelen. Daarvoor moet een zogenaamde 'aanvraag tot ontheffing' ingediend worden bij de
FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu
DG Dier, Plant en Voeding
Dienst pesticiden en meststoffen
Eurostation
Blok II, 7e verdieping
Victor Hortaplein 40 bus 10
1060 Brussel
Voor meer info klik hier
Naast minimumvoorwaarden zoals op gebied van stabiliteit moet, wanneer het eindproduct verhandeld wordt, van dit eindproduct ook gewaarborgde gehalten van bepaalde bestanddelen (zoals bvb. gehalte totale stikstof) vermeld worden. Tevens dienen de gebruiksbeperkingen vermeld te worden indien tijdens de verwerking van het product zuiveringsslib zoals gedefinieerd in dit besluit, mee verwerkt werd. In de toekomst zouden de producteisen van de FOD en VLACO vzw meer op elkaar afgestemd worden.
Wanneer men het eindproduct van anaerobe
vergisting in de vorm van digestaat in de landbouw
wil gebruiken, zal een ontheffingsdossier moeten
ingediend worden, aangezien digestaten normaal
gezien niet vallen onder de producten die in
bijlage 1 van het Koninklijk Besluit vernoemd
worden. De voornaamste zaken die in het ontheffingsdossier
moeten aanwezig zijn de volgende:
1) Aard, oorsprong (productieproces) en
hoeveelheden van de gebruikte grondstoffen.
2) Gedetailleerde beschrijving van het fabricageprocédé; beproevingsverslag betreffende landbouwkundige parameters en ongewenste stoffen.
3) Bewijzen van landbouwkundige waarde;
gebruiksdosis en gebruiksaanwijzing.
Voor het aanvragen van een ontheffing bestaat
geen voorgedrukt formulier. Dit formulier dient schriftelijk
aangevraagd worden bij de FOD (zie adres hierboven).
Een belangrijk knelpunt blijft het feit dat
de FOD niet gebonden is aan termijnen voor de
afhandeling van dossiers.
Wanneer men het eindproduct van anaërobe vergisting in een andere vorm dan digestaat wil gebruiken dient bekeken te worden als men onder de toegelaten producten van bijlage 1 van het besluit valt. Indien niet moet ook een ontheffing aangevraagd worden.
Het volledige Koninklijk Besluit is terug te vinden op de website van justitie, door klikken op geconsolideerde wetgeving en zoeken op titel (Koninklijk besluit betreffende de handel in meststoffen, bodemverbeterende middelen en teeltsubstraten), afkondigingsdatum (07/01/1998) of publicatiedatum (11/06/1998).
| [top] |
Digestaat van organisch-biologische bedrijfsafvalstoffen afkomstig van een vergunde inrichting voor de vergisting van organisch-biologische bedrijfsafvalstoffen -al dan niet in combinatie met dierlijke mest- kan in aanmerking komen voor gebruik in of als meststof of bodemverbeterend middel (secundaire grondstof). Daarvoor dient men te beschikken over een keuringsattest afgeleverd door de vzw VLACO of moet het digestaat onderworpen worden aan een gelijkaardige kwaliteitscontrole (lijst met erkende laboratoria). Voor dit laatste zijn een aantal voorwaarden opgenomen: De certificatie en controle moet uitgevoerd worden door een instelling die voor het betreffende materiaal over de nodige bekwaamheid beschikt. Er moeten minstens dezelfde controleprocedures en dezelfde waarborgen aanwezig zijn als bij een VLACO-keuring. De controleprocedure slaat op de interne kwaliteitscontrole (acceptatiebeleid, registratie van alle aan- en afvoer, controle van de kwaliteit) en de externe controle hierop door een erkende onafhankelijke instelling. Met dezelfde waarborgen wordt bedoeld dat de exploitant van de recuperatie-inrichting de nodige vergunningen moet bezitten waardoor verzekerd wordt dat voldaan is aan alle nodige milieuhygiënische en landbouwkundige kwaliteitsvoorschriften. Voorlopig zijn ons nog geen alternatieven bekend.
[top] |
|
Het 'decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen', beter gekend als het mestdecreet, heeft ook consequenties voor anaerobe vergisting en het gebruik van de mogelijke eindproducten in de landbouw.
In het mestdecreet wordt bepaald vanaf welke hoeveelheid mestproductie op een bedrijf verplicht verwerkt moet worden. De definitie van mestverwerking zoals die in het decreet vermeld staat luidt als volgt:
Mestverwerking: het behandelen en/of verwerken van dierlijke mest derwijze dat de nutriënten vervat in de dierlijke mest:
a) ofwel worden gemineraliseerd en de vaste residu's, die na de mineralisatie overblijven, niet op in het Vlaamse Gewest gelegen cultuurgrond worden opgebracht, tenzij deze residu's eerst zijn behandeld tot kunstmest
b) ofwel worden gerecycleerd
en het gerecycleerde eindproduct niet op in
het Vlaamse Gewest gelegen grond wordt opgebracht.
Wanneer nu in een vergistingsinstallatie naast het organisch-biologisch afval ook dierlijke mest mee verwerkt wordt dan kunnen 2 mogelijkheden onderscheiden worden. Als geen verwerkingsplichtige mest mee vergist wordt, is men niet verplicht om het digestaat te exporteren.
Wanneer wel verwerkingsplichtige mest mee verwerkt wordt, dan zal -wil men effectief een bepaald aandeel mest verwerken- verplicht een afzet buiten Vlaanderen gezocht moeten worden.
Wanneer een eindproduct van anaerobe vergisting aan alle voorwaarden voor gebruik in Vlaanderen voldoet, dan moet bij het uitrijden op het land ook aan de voorwaarden uit het mestdecreet voldaan worden. Daarbij zullen eindproducten van anaerobe vergisting in het mestdecreet vallen onder de noemer 'stikstof uit andere meststoffen'. Ook voor deze eindproducten gelden de bemestingsnormen i.v.m. maximaal toegelaten hoeveelheid nutriënten, de uitrijverboden, voorwaarden i.v.m. een emissiearme aanwending,...
Het mestdecreet kan u hier terugvinden.
I.v.m. met het al of niet exporteren buiten Vlaanderen is ook het uitvoeringsplan organisch-biologisch afval belangrijk dat stelt dat enkel mineralenarme en humusrijke secundaire grondstoffen in Vlaanderen kunnen afgezet worden. [link]
[top] |
|
Voor de export van en naar Europese lidstaten van eindproducten van anaerobe vergisting zijn twee Europese Verordeningen van belang:
Sinds 12 juli 2007 is de nieuwe Verordening (EG) nr. 1013/2006 in voege. Hierdoor vallen overbrengingen die aan de erkenningseisen van Verordening (EG) nr. 1774/2002 voldoen, niet langer onder het toepassingsgebied van Verordening (EG) nr. 1013/2006.
Deze aanpassingen worden door de verschillende lidstaten verschillend geļnterpreteerd. Zo moeten voor export naar Duitsland, Frankrijk of Nederland verschillende procedures toegepast worden.
Wij bespreken hier enkel uitvoer naar Wallonië, Frankrijk en Duitsland.
Voor de uitvoer van de eindproducten van anaerobe vergisting moet men tevens steeds beschikken over een mestafzetdocument van de mestbank.
Verre export van droge eindproducten wordt hier niet behandeld. Daarvoor kan verwezen worden naar Prof. Tollens (eric.tollens@ees.kuleuven.be) van de KULeuven die een studie coördineerde i.v.m. export van eindproducten van mestverwerking naar verre bestemmingen.
[top] |
Verschillende eindproducten die vrijkomen bij vergisting.
[top] |