Laatst gewijzigd: Donderdag 3 april 2008
Wanneer tijdens de vergisting bepaalde dierlijke bijproducten mee verwerkt worden, dan moet rekening gehouden worden met het Besluit Dierlijk Afval. Dit Vlaams besluit legt voorwaarden op voor de verwerking van dierlijk afval. Belangrijk daarbij zijn de sterilisatienormen voor de verwerking van dierlijk afval. Er moet bij de verwerking van dierlijk afval ook voldaan worden aan de specifieke sectorale voorwaarden uit Vlarem II. Sinds 1 mei 2003 moet men rekening houden met de Europese Verordening (EG) Nr. 1774/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 3 oktober 2002 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten die voorwaarden oplegt voor de verwerking van dierlijke bijproducten geschikt voor menselijke consumptie maar daar niet voor bestemd zijn om bepaalde, bvb. commerciële redenen. Deze verordening moet gevolgd worden in alle Europese lidstaten. Daarbij dient wel opgemerkt worden dat een lidstaat steeds strenger kan zijn dan wat minimum opgelegd werd in de verordening. Besluit dierlijk afvalWanneer men dierlijke afvalstoffen zoals bedoeld in het 'Besluit van de Vlaamse regering betreffende de ophaling en de verwerking van dierlijk afval' van 24 mei 1995 wil verwerken in een vergistingsinstallatie, moet aan de bepalingen van dit besluit voldaan worden. Op 15 december 2006 verscheen een gewijzigde versie van dit Besluit, die helemaal is afgestemd op de Europese Verordening (EG) 1774/2002. Definitie dierlijk afval.Onder dierlijk afval wordt in dit besluit het volgende verstaan : dierlijke bijproducten (hele kadavers of delen van dieren of producten van dierlijke oorsprong die niet voor menselijke consumptie bestemd zijn), met uitzondering van dierlijke uitwerpselen, keukenafval, etensresten, voormalige voedingsmiddelen, rauwe melk, eierschalen en bijproducten van gebarsten eieren, honing, schalen van schaaldieren, schelpen van schelpdieren, de inhoud van maag-darmkanaal, in zoverre deze gescheiden is van het maag-darmkanaal, eicellen, embryo's en sperma. Wanneer men dus dierlijke mest of keukenafval wil vergisten, moet niet voldaan worden aan de bepalingen van dit besluit. Globaal gezien valt afval van slachthuizen en vleesverwerkende bedrijven zoals uitsnijderijen wel onder dit besluit. 3 categorieënVerder wordt in het besluit dierlijk afval onderverdeeld in 3 categorieën, zoals gedefinieerd in Europese Verordening (EG) 1774/2002. [Meer...] Al het categorie 1-materiaal moet verwerkt worden in een vergunde inrichting voor de (mee-)verbranding van afvalstoffen of wordt eerst in een erkende inrichting met warmte behandeld en vervolgens verwerkt in een vergunde inrichting voor de (mee)verbranding van afvalstoffen. Commissie dierlijk afvalEr wordt een commissie Dierlijk Afval opgericht bij de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij, die bestaat uit vertegenwoordigers van de producenten en verwerkers van dierlijk afval en uit ambtenaren van OVAM, het departement Leefmilieu, Natuur en Energie en het Agentschap Landbouw en Visserij. De commissie verleent advies over de ophaling en de verwerking van dierlijk afval. Ze doet dat uit eigen beweging of op verzoek van de minister. De minister zal binnen een termijn van 60 dagen een antwoord geven op een advies of vraag van de commissie. Het besluit dierlijk afval te pakken krijgen.Volledig document besluit dierlijk afval is terug te vinden via de Vlaamse Codex en daar een opzoeking te doen naar ophaling en verwerking van dierlijk afval op datum 15/12/2006. Vlarem Il-voorwaardenMomenteel is Vlarem onderhevig aan actualisatie. Volgens het ontwerpbesluit VLAREM-actualisatietrein zullen bovengenoemde voorwaarden grotendeels opgeheven worden en er zal verwezen worden naar de Europese Verordening (EG) nr. 1774/2002. Vlarem II online.Voor het volledige (nog niet aangepaste!!) document Vlarem II klik hier
Europese Verordening (EG) nr. 1774/2002"Verordening (EG) nr. 1774/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 3 oktober 2002 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten " De Commissie van de Europese Gemeenschappen
heeft de Verordening (EG) nr. 1774/2002 goedgekeurd
tot vaststelling van de gezondheidsvoorschriften
inzake niet voor menselijke consumptie bestemde
dierlijke bijproducten. Ze werd gepubliceerd
in het officiële “Journal of the
European Community” op 10 oktober 2002
en moet sinds 1 mei 2003 toegepast worden in
elke lidstaat van de Europese Gemeenschap. De
lidstaten hebben wel de keuze om strengere normen
te hanteren dan de door Europa opgelegde. Later
werden tijdelijke verordeningen en regels neergelegd
bij de Europese Commissie om deze Verordening
aan te passen en te verzachten. 3 categorieën.De vroegere Europese richtlijn 90/667/EEG, omgezet in Vlaanderen via het besluit dierlijk afval, onderscheidde drie soorten dierlijke bijproducten: gespecificeerd risicomateriaal, hoog risicomateriaal en laag risicomateriaal. In de ontwerpverordening stapt men af van deze terminologie en deelt men de dierlijke bijproducten in 3 categorieën: [zie ook] Categorie 1-materiaal: dit is de categorie met het hoogste risico; deze categorie omvat dierlijke bijproducten die een risico vormen i.v.m. een overdraagbare spongiforme encefalopathie (TSE), een onbekend risico of een risico dat verband houdt met de aanwezigheid van residuen van verboden stoffen (d.w.z. hormonen, B-agonisten etc.) of van residuen van milieuverontreinigende stoffen (d.w.z. dioxines, PCB's etc.). Ook keukenafval afkomstig van internationale transporten is categorie 1-materiaal. Dierlijke bijproducten die tot deze categorie behoren, moeten volledig verwijderd worden door verbranding, medeverbranding of storting. Categorie 2-materiaal: deze categorie omvat dierlijke bijproducten die een risico vormen i.v.m. andere dierziekten dan TSE of een risico dat verband houdt met de aanwezigheid van residuen van diergeneesmiddelen. Tot deze categorie behoren ook mest, de inhoud van het maagdarmkanaal gescheiden van het maagdarmkanaal,, en roostergoed van slachthuizen. Dit laatste product wordt gedefinieerd als het materiaal dat opgevangen wordt bij het voorbehandelingsproces van de afvalwaterbehandeling. Concreet houdt dit het materiaal in dat blijft liggen wanneer het afvalwater een zeef met maaswijdte van 6 mm passeert. Al het materiaal die die zeef van 6 mm passeert, wordt niet meer aanzien als zijnde dierlijke bijproducten. Zodoende is het slib afkomstig van slachthuizen geen dierlijk afval. Dierlijke bijproducten die tot deze categorie behoren, mogen gerecycleerd worden voor bepaalde andere doeleinden dan diervoeder (d.w.z. biogasproductie, compost, meststoffen of oleochemische producten, een en ander na adequate warmtebehandelingen). Indien ze verwerkt worden in een vergistingsinstallatie moeten ze eerst gesteriliseerd worden. Mest, de inhoud van het maagdarmkanaal gescheiden van het maagdarmkanaal,, melk en biest mogen ‘onverwerkt’ in een erkende biogasinstallatie verwerkt worden. Een erkende biogasinstallatie betekent wel dat een pasteurisatie-eenheid moet aanwezig zijn die niet te by-passen valt. Categorie 3-materiaal: deze categorie omvat dierlijke bijproducten afkomstig van gezonde dieren (d.w.z. dieren die geslacht zijn in een slachthuis en na een inspectie overeenkomstig EU-wetgeving goedgekeurd zijn, melk van gezonde dieren, alsmede in volle zee gevangen vis). Alleen dierlijke bijproducten die tot deze categorie behoren, kunnen na een adequate behandeling gebruikt worden als diervoedermateriaal. Daarom vormt deze categorie de 'positieve lijst' van grondstoffen voor de vervaardiging van ingrediënten van dierlijke oorsprong die in diervoeders en huisdiervoer verwerkt mogen worden. Verder omvat deze categorie producten zoals wol, huiden, bont en veren, die bestemd zijn voor andere doeleinden dan dierlijke of menselijke consumptie (d.w.z. technische producten). Bij verwerking in een vergistingsinstallatie moet dit materiaal eerst gepasteuriseerd worden, tenzij alleen dierlijke bijproducten verwerkt worden die reeds verwerkingsmethode 1 ondergaan hebben. Ook keukenafval en etensresten niet afkomstig van internationale transporten vallen onder categorie 3-afval. Voor keukenafval vermeldt men wel dat dit vergist of gecomposteerd moet worden en dus niet in dierenvoeding kan gebruikt worden, behalve voor voeder voor dieren in dierentuin / circus / pelsdieren / wilde dieren / reptielen en roofvogels en honden. Volgens de bepalingen van dit document moet keukenafval niet gepasteuriseerd vooraleer te vergisten indien het als enig product vergist wordt met mest, de inhoud van het maagdarmkanaal gescheiden van het maagdarmkanaal,, melk en biest. In dat geval moet wel aangetoond kunnen worden dat hun behandeling een gelijkwaardig effect hebben met betrekking tot de vermindering van ziekteverwekkers. Verwerking in anaerobe vergistingsinstallatie. Indien men een vergistingsinstallatie wil
zetten waar slachtafval in gaat, dan moet men
rekening houden met de bepalingen beschreven
in de Verordening (EG) Nr. 1774/2002 omtrent
de verwerking van dierlijke bijproducten in
een biogasinstallatie. Dit bepaalt dat de volgende
dierlijke bijproducten mogen verwerkt worden
in een biogasinstallatie: b) Mest en de inhoud van het maagdarmkanaal gescheiden van het maagdarmkanaal, melk en biest. c) Categorie 3-materiaal. Voorbehandelingen per categorie. Indien men de eindproducten na vergisting
wil valoriseren als bodemverbeterend middel
of meststof, wordt gesteld dat een pasteurisatie/ontsmettingstoestel
in een biogasinstallatie niet mag overgeslagen
worden. Mede met nog andere bepalingen in de
Verordening leidt dit tot de noodzakelijkheid
van volgende voorbehandelingen wanneer men dierlijke
bijproducten wil vergisten: Hygiënische normen.De gistingsresiduen mogen na vergisting geen Salmonella bevatten in 25 g product en er mogen maximaal 300 Enterobacteriaceae aanwezig zijn in 1 g product. Co-vergisting met mest.Wanneer producten uit verwerkte mest in de handel gebracht worden moeten deze een warmtebehandeling hebben ondergaan waarbij ten minste 60 minuten een temperatuur van 70°C is aangehouden of een daaraan gelijkwaardige behandeling. Er is echter een uitzondering, namelijk wanneer enkel mest, inhoud van het maagdarmkanaal gescheiden van het maagdarmkanaal, melk en biest verwerkt wordt OF samen met keukenafval niet afkomstig van internationaal transport. In die 2 gevallen kunnen andere specifieke eisen toegestaan worden door de bevoegde autoriteit, mits zij een gelijkwaardig effect hebben met betrekking tot de vermindering van ziekteverwekkers. Verder moet het eindproduct vrij zijn van Salmonella (geen Salmonella in 25 g behandeld product), vrij zijn van Enterobacteriaceae (volgens meting van het aerobe kiemgetal: <1.000 kve per gram behandeld product) en een behandeling hebben ondergaan waarbij sporenvormers en toxinevorming worden onderdrukt. Verordening geldig vanaf 01/05/2003De Europese Verordening (EG) Nr. 1774/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 3 oktober 2002 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten is van kracht en moet in alle lidstaten toegepast worden sinds 1 mei 2003. Het werkdocument te pakken krijgen.De volledige versie van de Europese Verordening (EG) nr. 1774/2002 is hier terug te vinden.
Meer op deze website omtrent dierlijk afval:
Deze website is de enige officiële website van Biogas-E
vzw. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze website mag op welke wijze
dan ook worden vermenigvuldigd, aangepast, openbaar gemaakt en/of doorgegeven,
zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Biogas-E vzw.
|