Laatst gewijzigd: Donderdag 3 april 2008

Dierlijk afval

Bjkomende informatie omtrent cat. 1-,cat. 2- en cat. 3-materiaal.

Categorie 1

Dierlijke bijproducten die aan onderstaande beschrijving beantwoorden of materiaal dat dergelijke producten bevat:

  • alle delen van dieren (met inbegrip van de huid) van dieren die vermoedelijk met TSE zijn besmet of die in het kader van TSE-uitroeiingsmaatregelen zijn gedood
  • alle delen (met inbegrip van de huid) van andere dieren dan vee en wilde dieren (huisdieren, circusdieren, dieren uit dierentuinen)
  • alle delen (met inbegrip van de huid) van proefdieren
  • alle delen (met inbegrip van de huid) van wilde dieren waarvan wordt vermoed dat ze met een op de mens of dier overdraagbare ziekte zijn besmet
  • gespecificeerd risicomateriaal, zoals bedoeld in bijlage V van Verordening (EG) 999/2001 en kadavers die gespecificeerd risicomateriaal bevatten
  • producten afkomstig van dieren die stoffen toegediend hebben gekregen die op grond van Richtlijn 96/22/EG verboden zijn, en producten van dierlijke oorsprong die residuen bevatten van de contaminanten en andere in het milieu aanwezige stoffen zoals bedoeld in groep B, punt 3 van bijlage I van Richtlijn 96/23/EG
  • dierlijk afval dat wordt opgevangen bij de behandeling van afvalwater van categorie 1-verwerkingsbedrijven en andere bedrijven waar gespecificeerd risicomateriaal wordt verwijderd
  • keukenafval en etensresten afkomstig van internationaal opererende middelen van vervoer
  • mengsels van categorie 1-materiaal met categorie 2-materiaal en/of categorie 3-materiaal

Categorie 1-materiaal wordt zo snel mogelijk verzameld, vervoerd en geïdentificeerd overeenkomstig de Verordening en op volgende manieren verwerkt:

  • verbranding in een erkende verbrandingsinstallatie
  • verwerking in een erkend verwerkingsbedrijf volgens volgende methodes:

    1. methode 1: deeltjesgrootte <= 50 mm: met verzadigde stoom ononderbroken gedurende 20 minuten verhitten bij een druk van 3 bar tot een kerntemperatuur van 133 °C, in batch of continu proces
    2. methode 2: deeltjesgrootte <= 150 mm: verhitten tot de dierlijke bijproducten gedurende ten minste 125 minuten een kerntemperatuur boven 100 °C, gedurende ten minste 120 minuten een kerntemperatuur boven 110 °C en gedurende ten minste 50 minuten een kerntemperatuur boven 120 °C hebben; de verwerking moet worden uitgevoerd in een batch procédé
    3. methode 3: deeltjesgrootte <= 30 mm: verhitten tot de dierlijke bijproducten gedurende ten minste 95 minuten een kerntemperatuur boven 100 °C, gedurende ten minste 55 minuten een kerntemperatuur boven 110 °C en gedurende ten minste 13 minuten een kerntemperatuur boven 120 °C hebben; de verwerking mag zowel in batch als continu worden uitgevoerd
    4. methode 4: deeltjesgrootte <= 30 mm: verhitten tot de dierlijke bijproducten gedurende ten minste 16 minuten een kerntemperatuur boven 100 °C, gedurende ten minste 13 minuten een kerntemperatuur boven 110 °C, gedurende ten minste 8 minuten een kerntemperatuur boven 120 °C en gedurende ten minste 3 minuten een kerntemperatuur boven 130 °C hebben; de verwerking mag zowel in batch als continu worden uitgevoerd
    5. methode 5: deeltjesgrootte <= 20 mm: dierlijke bijproducten verhitten tot ze coaguleren en vervolgens persen zodat vet en water uit het eiwitmateriaal worden verwijderd; daarna wordt het eiwitmateriaal verhit tot het gedurende ten minste 120 minuten een kerntemperatuur boven 80 °C en gedurende ten minste 60 minuten een kerntemperatuur boven 100 °C heeft; de verwerking mag zowel batch als continu worden uitgevoerd

  • in het geval van keukenafval of etensresten: door begraving als afval verwijderen op een erkende stortplaats (overeenkomstig Richtlijn 1999/31/EG)
  • verwerking volgens een andere methode, in het licht van de ontwikkelingen van de wetenschappelijke kennis, na raadpleging van het betrokken wetenschappelijk comité

 

Categorie 2

Dierlijke bijproducten die aan onderstaande beschrijving beantwoorden of materiaal dat dergelijk producten bevat:

  • mest en inhoud van het maagdarmkanaal
  • dierlijk materiaal dat wordt opgevangen bij de behandeling van afvalwater van categorie 2-verwerkingsbedrijven
  • producten van dierlijke oorsprong die residuen bevatten van diergeneesmiddelen en contaminanten zoals bedoeld in groep B, punten 1 en 2 van bijlage I van Richtlijn 96/23/EG
  • andere producten van dierlijke oorsprong dan categorie 1-materiaal, ingevoerd uit derde landen die niet blijken te voldoen aan de veterinaire voorschriften voor invoer in de Gemeenschap
  • andere dieren en delen van dieren dan bedoeld onder categorie 1, die anders dan door slachting voor menselijke consumptie sterven, met inbegrip van dieren die worden gedood om een epizoötie uit te roeien
  • mengsels van categorie 2-materiaal met categorie 3-materiaal
  • andere dierlijke bijproducten dan categorie 1- of categorie 3-materiaal

Categorie 2-materiaal wordt zo snel mogelijk verzameld, vervoerd en geïdentificeerd overeenkomstig de Verordening en op volgende manieren verwerkt:

  • verbranding in een erkende verbrandingsinstallatie
  • verwerking in een erkend verwerkingsbedrijf volgens methodes 1 t.e.m. 5 zoals onder categorie 1-materiaal beschreven en in het geval van gesmolten vet verder verwerkt tot vetderivaten voor gebruik in biologische meststoffen of bodemverbeteraars of voor ander technisch gebruik dan in cosmetische, farmaceutische en medische producten
  • verwerking in een erkend verwerkingsbedrijf volgens methode 1 en wordt het daaruit resulterend materiaal

    1. indien eiwitmateriaal, gebruikt als biologische meststof of als bodemverbeteraar
    2. verwerkt in een erkende biogasinstallatie of composteerinstallatie
    3. verwijderd door begraving als afval op een erkende stortplaats

  • indien van vis afkomstig: ingekuild of tot compost verwerkt
  • voor mest, inhoud van het maagdarmkanaal (gescheiden van het maagdarmkanaal), melk en biest:

    1. onverwerkt gebruik als grondstof in een erkende biogasinstallatie of composteerinstallatie
    2. op het land uitgereden met inachtneming van de Verordening

  • gebruik voor de productie van jachttrofeeën wanneer het kadavers of delen van wilde dieren betreft die niet zijn besmet met op mens of dier overdraagbare ziekten
  • verwerking volgens een andere methode in overeenstemming met de voorwaarden vastgelegd na raadpleging van het betrokken wetenschappelijk comité

 

Categorie 3

Dierlijke bijproducten die aan onderstaande beschrijving beantwoorden of materiaal dat dergelijke producten bevat:

  • delen van geslachte dieren die voor menselijke consumptie geschikt zijn verklaard, maar wegens commerciële redenen niet voor menselijke consumptie bestemd zijn
  • delen van geslachte dieren die voor menselijke consumptie ongeschikt zijn verklaard, maar die geen symptomen van op mens of dier overdraagbare ziekten vertonen en die afkomstig zijn van karkassen die voor menselijke consumptie geschikt zijn verklaard
  • huiden, hoeven en horens, varkenshaar en veren van dieren die worden geslacht nadat ze geschikt zijn bevonden voor menselijke consumptie
  • bloed verkregen van andere dieren dan herkauwers die worden geslacht nadat ze geschikt zijn bevonden voor menselijke consumptie
  • dierlijke bijproducten verkregen bij de productie van voor menselijke consumptie bestemde producten, waaronder ontvette beenderen en kanen
  • andere voormalige voedingsmiddelen of voormalige voedingsmiddelen die producten van dierlijke oorsprong bevatten dan keukenafval en etensresten en die niet langer voor menselijke consumptie bestemd zijn
  • rauwe melk afkomstig van dieren die geen klinische symptomen vertonen van een via dat product op mens of dier overdraagbare ziekte
  • op volle zee voor de productie van vismeel gevangen vis of andere zeedieren, met uitzondering van zeezoogdieren
  • verse bijproducten van vis afkomstig van bedrijven die visproducten voor menselijke consumptie vervaardigen
  • eierschalen, bijproducten van broederijen en bijproducten van gebarsten eieren
  • bloed, huiden, hoeven, veren, wol, hoorn, haar en bont
  • ander keukenafval en etensresten dat niet als categorie 1-materiaal wordt gezien

Categorie 3-materiaal wordt zo snel mogelijk verzameld, vervoerd en geïdentificeerd overeenkomstig de Verordening en op volgende manieren verwerkt:

  • verbranding in een erkende verbrandingsinstallatie
  • verwerking in een erkend verwerkingsbedrijf (cf. cat. 1 en cat. 2)
  • gebruik als grondstof voor de productie van voeder voor gezelschapsdieren
  • verwerking in een erkende biogasinstallatie of composteerinstallatie
  • indien categorie 3-keukenafval: verwerking in een erkende biogasinstallatie of composteerinstallatie
  • indien afkomstig van vis: ingekuild of tot compost verwerkt
  • verwerking volgens een andere methode in overeenstemming met de voorwaarden vastgelegd na raadpleging van het betrokken wetenschappelijk comité