Procesvoering
Anaërobe vergisting gebeurt in een gesloten
tank en in afwezigheid van zuurstof. Naargelang
de soort(en) afvalstof(fen), de mogelijke macro-verontreinigingen,
het al of niet meeverwerken van mest, de schaalgrootte,
de menging en de gebruiksvoorwaarden van het
eindproduct zijn er verschillende vergistingsconcepten
mogelijk.
Er kunnen verschillende manieren van procesvoering
gedefinieerd worden afhankelijk van de gekozen
eigenschap.
Temperatuur.
Er kan een onderscheid gemaakt worden tussen
een mesofiel en een thermofiel proces. Een thermofiel
proces wordt in Denemarken vaak toegepast omdat
het digestaat zonder bijkomende warmtebehandeling
naar de landbouw gaat en zo via het thermofiele
proces gehygiëniseerd wordt.
Schaalgrootte.
Op schaalgrootte kan ook een onderscheid gemaakt
worden. In Duitsland zijn vele farm-scale vergistingsinstallaties
aanwezig. Deze verwerken meestal de mest en
bepaalde afvalstoffen afkomstig uit de oogst.
In Denemarken zijn er typische CAD's, de Centralized
Anaerobic Digesters, die centraal beheerd en
opgesteld zijn. Men verwerkt er meestal voor
80 % mest en voor 20 % afval.
Droge stofgehalte.
Naargelang het droge stofgehalte (DS) van
het vergistingsproces onderscheiden we natte
processen (DS < 20%) en droge processen (DS
> 20%). Meer dan 95% van de installaties
werken met een nat procédé. Natte
en droge processen steunen op dezelfde principes
maar zullen andere voorbehandelingen, reactorconstructies
en nabehandelingen kennen.
Menging.
De combinatie van constructie
van de reactor en de manier van mengen maakt
het verschil tussen een plug-flow vergister
(propstroom) en een continu gemengde vergister
(CSTR). Dit zijn de twee meest voorkomende reactortypes
in de praktijk.
Ongeveer
40% van de vergistingsinstallaties werkt met
een reactor van het CSTR-type, 15% met een plug-flow
reactor. Menging kan eveneens op verschillende
manieren gebeuren. Er zijn twee hoofdsystemen
om te mengen: biogasmenging en mechanische menging.
Biogasmenging kan continu of discontinu gebeuren.
Mechanische menging gebeurt door één
of meerdere roerwerken, met verticale of horizontale
as. Een andere mogelijkheid is menging door
rondpompen.
Fasen
In een éénfasig systeem gebeurt
de hydrolyse (voorverzuring) en de methanogenese
(methaanvorming) in één tank.
Meerfasige (meestal tweefasige) systemen voorzien
een tank voor de hydrolyse en een tank waar
de methanogenese doorgaat. In de wetenschapswereld
bestaat er grote onenigheid omtrent het nut
van het scheiden van verschillende fasen in
het vergistingsproces.
Voedingsregime.
Volgens het voedingsregime kan een onderscheid
gemaakt worden tussen continu gevoede, semi-continu
gevoede of batchreactoren.
Voorbehandelingstechnieken.
Voorbehandelingen hangen sterk af van het
soort afval. Mogelijke voorbehandelingstechnieken
zijn verkleinen, droog scheiden, nat scheiden,
pasteuriseren, steriliseren, enz. Meestal bestaat
de voorbehandeling uit een combinatie van de
opgesomde technieken.
Nabehandelingstechnieken.
Nabehandelingen hangen sterk af van de toepassingen
van het eindproduct. Mogelijke nabehandelingen
zijn scheiding, compostering, behandeling in
een waterzuivering, drogen, nagisting, pasteurisatie,
...